comporter
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| comporter |
comportais |
comporté |
| eerste groep | volledig | |
comporter
- overgankelijk bevatten [1]; omvatten
- overgankelijk impliceren; met zich mee brengen
- wederkerend zich gedragen [1]