collier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • col·lier
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘halssnoer’ voor het eerst aangetroffen in 1401 [1]
  • afgeleid van het Latijnse 'collarium' (halsband) [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord collier colliers
verkleinwoord colliertje colliertjes

Zelfstandig naamwoord

collier m/o [3]

  1. halsketting, halsband, halssnoer
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen