Naar inhoud springen

collant

Uit WikiWoordenboek
  • col·lant
enkelvoud meervoud
naamwoord collant collants
verkleinwoord collantje collantjes

decollantm

  1. maillot
42 %van de Nederlanders;
75 %van de Vlamingen.[2]
  enkelvoud meervoud
  mannelijk   collant collants
  vrouwelijk   collante collantes

collant

  1. kleverig
  2. (spreektaal) opdringerig
    «Ce qu'elle est collante!»
    Wat is ze opdringerig! [1]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  collant     le collant     collants     les collants  

collant m

  1. (kleding) maillot, kousenbroek, panty

collant

  1. tegenwoordig deelwoord (participe présent) van coller