collaboreren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • col·la·bo·re·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
collaboreren
collaboreerde
gecollaboreerd
zwak -d volledig

Werkwoord

collaboreren

  1. inergatief meewerken, samenwerken
  2. inergatief sinds W.O. II: met de vijand samenwerken ('heulen')
    • Er zijn Nederlanders geweest die gecollaboreerd hebben met de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog. 
    collaboreren bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen