collaboreren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • col·la·bo·re·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
collaboreren
collaboreerde
gecollaboreerd
zwak -d volledig

Werkwoord

collaboreren

  1. (inergatief) meewerken, samenwerken
  2. (inergatief) sinds W.O. II: met de vijand samenwerken ('heulen')
    Er zijn Nederlanders geweest die gecollaboreerd hebben met de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog.
    collaboreren bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl