cogiter
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| cogiter |
cogitais |
cogité |
| eerste groep | volledig | |
cogiter
- (spreektaal) peinzen, nadenken
- «Ça cogite là-dedans!»
- De grijze cellen zijn aan het werk! (letterlijk: daarbinnen wordt nagedacht) [1]
- «Ça cogite là-dedans!»