cocktailprikker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cock·tail·prik·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord cocktailprikker cocktailprikkers
verkleinwoord cocktailprikkertje cocktailprikkertjes

Zelfstandig naamwoord

cocktailprikker m (huishouden)

  1. aanvankelijk prikker waaraan men een vrucht (olijf, kers e.d.) bevestigt die in een cocktailglas gestoken wordt
  2. bij uitbreiding ook prikkertje waaraan blokjes worst of kaas, olijven e.d. bevestigd worden die als snack genuttigd worden
Vertalingen

Gangbaarheid