coassistent
Uiterlijk
- Geluid: coassistent (hulp, bestand)
- IPA: / 'koɑsistɛnt / (4 lettergrepen)
- co·as·sis·tent
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | coassistent | coassistenten |
| verkleinwoord | coassistentje | coassistentjes |
de coassistent m
- (beroep) een student geneeskunde die stage loopt in een ziekenhuis
- Raadsel: "Het is wit en het loopt in de weg". Antwoord: een coassistent
- Het woord coassistent staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "coassistent" herkend door:
| 90 % | van de Nederlanders; |
| 88 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel co- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 90 %
- Prevalentie Vlaanderen 88 %