coassistent

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • co·as·sis·tent
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord coassistent coassistenten
verkleinwoord coassistentje coassistentjes

Zelfstandig naamwoord

coassistent m

  1. (beroep) een student geneeskunde die stage loopt in een ziekenhuis
    • Raadsel: "Het is wit en het loopt in de weg". Antwoord: een coassistent 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie