coalitiepartij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • co·a·li·tie·par·tij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord coalitiepartij coalitiepartijen
verkleinwoord coalitiepartijtje coalitiepartijtjes

Zelfstandig naamwoord

coalitiepartij v

  1. een van de partijen die meeregeert
    • PvdA-leider Lodewijk Asscher vindt de uitlatingen van Jneid „volkomen onacceptabel.” Mensen die eerder door hem tot vijand van de islam werden bestempeld, onder wie Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh „zijn dood of worden beveiligd.” Behalve Aboutalebs eigen partij zouden ook onder meer de coalitiepartijen VVD en CDA graag zien dat Jneid wordt aangepakt.[1] 
    • Tijdens een bijeenkomst in Roermond spraken de partijen zaterdag een eerste voorkeur voor een coalitie uit. Vier van de vijf huidige coalitiepartijen hebben aan zichzelf genoeg, zo bleek, onder meer vanwege de winst van collegepartij GroenLinks.[2] 
Synoniemen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 27 maart 2018 Vervolging 'haatimam'niet mogelijk
  2. de Telegraaf 24 mrt. 2018 Partij van Van Rey weer buitenspel