coalitiekabinet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • co·a·li·tie·ka·bi·net
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord coalitiekabinet coalitiekabinetten
verkleinwoord coalitiekabinetje coalitiekabinetjes

Zelfstandig naamwoord

coalitiekabinet o

  1. de ministers en de premier van een kabinet komen uit meer dan één politieke partij
    • In Nederland moeten er altijd coalitiekabinetten worden gevormd omdat geen van de politieke partijen de meerderheid heeft. 

Gangbaarheid