Naar inhoud springen

coaches

Uit WikiWoordenboek
  • coa·ches

decoachesmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord coach
95 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


vervoeging van
coacher

coaches

  1. tweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van coacher
  2. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van coacher