cliffhanger
Uiterlijk
- Geluid: cliffhanger (hulp, bestand)
- cliff·han·ger
- Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘spanning door op een beslissend moment af te breken’ voor het eerst aangetroffen in 1981 [1]
- van het Engels [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | cliffhanger | cliffhangers |
| verkleinwoord | - | - |
de cliffhanger m
- (media) het creëren van suspense (spanning), door aan het slot van een aflevering van een TV-serie op een kritiek moment af te breken, waardoor men nieuwsgierig wordt naar het vervolg
- Het woord cliffhanger staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "cliffhanger" herkend door:
| 94 % | van de Nederlanders; |
| 88 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "cliffhanger" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ cliffhanger op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Media in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 94 %
- Prevalentie Vlaanderen 88 %