cliënten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cli·en·ten

Zelfstandig naamwoord

cliënten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord cliënt
     De cliënten stroomden Henning Sjôstrands advocatenbureau dus binnen. Niet alleen omdat hij de bekendste van alle advocaten was, zij het notoir berucht volgens boze tongen, maar ook omdat hij in de pers door middel van advertenties naar cliënten zocht.[1]
Opmerkingen
  • Tot 2015 kende de officiële spelling cliënten als meervoud van zowel cliënte als cliënt, en noemde dus geen specifiek vrouwelijke meervoudsvorm. Cliëntes is echter een regelmatig afgeleide vorm [2], die zowel in de praktijk als in woordenboeken al voor 2015 was terug te vinden. [3]

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “1968, De grote eeuw deel 7” (2017), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044633535
  2. Bronlink geraadpleegd op 4 mei 2021 Weblink bron W. Haeseryn e.a. “3.5.3 Meervoud op -s” (januari 2019), punt [3] op e-ans.ivdnt.org (Algemene Nederlandse Spraakkunst)
  3. Bronlink geraadpleegd op 4 mei 2021 Weblink bron “Klant / cliënt” op taaladvies.net (Nederlandse Taalunie)