classica

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • clas·si·ca
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord classica classica's
verkleinwoord classicaatje classicaatjes

Zelfstandig naamwoord

classica v

  1. een beoefenaarster van de klassieke talen
    • De classica had veel kennis van het Latijn. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.