Naar inhoud springen

clôture

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  clôture     la clôture     clôtures     les clôtures  

clôture v

  1. omheining, afscheiding [2] (bv. een heg, een muur, een hek)
  2. afsluiting [2]; beëindiging
  3. sluiting [1]
  4. (religie) clausuur [1]; deel van een klooster dat ontoegankelijk is voor buitenstaanders
  5. (religie) de religieuze eed van een monnik of non om de clausuur niet te verlaten