Naar inhoud springen

citovala

Uit WikiWoordenboek
  • IPA: /tsɪtɔvala/
  • ci·to·va·la

citovala

  1. vrouwelijk derde persoon enkelvoud verleden tijd van het (im)perfectieve werkwoord citovat
  2. onzijdig derde persoon meervoud verleden tijd van het (im)perfectieve werkwoord citovat
  3. vrouwelijk enkelvoud actief deelwoord van het (im)perfectieve werkwoord citovat
  4. onzijdig meervoud actief deelwoord van het (im)perfectieve werkwoord citovat