cirkelzaagje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cir·kel·zaag·je

Zelfstandig naamwoord

cirkelzaagje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord cirkelzaag