circuskrokodilletje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cir·cus·kro·ko·dil·le·tje

Zelfstandig naamwoord

circuskrokodilletje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord circuskrokodil