cijferaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cij·fe·raar
Woordherkomst en -opbouw

Naamwoord van handeling van cijferen met het achtervoegsel -aar

enkelvoud meervoud
naamwoord cijferaar cijferaars
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

cijferaar m

  1. (beroep) iemand rekent
    •  
  2. calculerende burger
Synoniemen
  1. wiskundige

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.