chtí

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • chtí

Werkwoord

chtí

  1. derde persoon meervoud tegenwoordige tijd aantonende wijs van het imperfectieve werkwoord chtít: (zij) willen
Synoniemen