choqueren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cho·que·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aanstoot geven’ voor het eerst aangetroffen in 1669 [1]
  • afgeleid van het Franse choquer (met het achtervoegsel -eren) [2] [3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
choqueren
choqueerde
gechoqueerd
zwak -d volledig

Werkwoord

choqueren

  1. overgankelijk een emotionele schok bij iemand veroorzaken
    • Zijn opzichtig optreden choqueerde het bezadigde gezelschap. 
    • De president choqueerde het volk met zijn beledigende uitspraken. 
    • Gechoqueerd door het gedrag van de moffen concentreerden de Franse soldaten zich op hun woede. [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen