choque
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| choquer |
choque
- eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van choquer
- eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van choquer
- tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van choquer
| vervoeging van |
|---|
| chocar |
choque