cholesterol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

cholesterolarme boter
Uitspraak
Woordafbreking
  • cho·les·te·rol
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘vetachtige stof’ voor het eerst aangetroffen in 1941 [1]
  • afgeleid van sterol met het voorvoegsel chol- met het invoegsel -e- [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord cholesterol -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

cholesterol m

  1. (biochemie) vet dat in je lichaamscellen zit, zoals galvet, lichaamsvet
    • - "Meer van het goede cholesterol is niet altijd beter" [3] 
    • - Daar komt bij dat het lichaam van ouderen biologisch anders werkt. „Zo zijn hoge bloeddruk, hoge cholesterol of een traag werkende schildklier op oudere leeftijd helemaal niet zo nadelig. Maar het verouderingsproces zorgt wel voor slijtage, slapte en andere kwalen.[4] 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
cholesterol cholesterols

Zelfstandig naamwoord

cholesterol

  1. (biochemie) cholesterol