Naar inhoud springen

choco

Uit WikiWoordenboek
  • cho·co
enkelvoud meervoud
naamwoord choco choco's
verkleinwoord

dechocom

  1. (afkorting) chocolade
  2. (afkorting) chocoladepasta
  3. (scheldwoord) mannelijke homoseksueel
89 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
vervoeging van
chocar

choco

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van chocar