chloorwater

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • chloor·wa·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord chloorwater
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

chloorwater o

  1. water waarin chloorgas zit opgelost, o.a. gebruikt in zwembaden
    • Je pikt ze er zo uit, de mensen die bang zijn om een voetschimmel op te doen. Hun plastic teenslippers houden ze aan tot aan het uiterste randje van het zwembad, om dan behoedzaam in het chloorwater te glijden.[1] 
    • Volgens mij heeft het iets te maken met chloorwater, als je erin komt, voel je meteen de behoefte opkomen.'[2] 

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. de Standaard 09/08/2016 om 10:20 door Dorien Knockaert Hoe vies is het om op je blote voeten rond het zwembad te kuieren?
  2. de Standaard 04/08/2012 om 07:29 door jva Ryan Lochte: 'Ja, ik heb in het zwembad geplast'