chloorde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • chloor·de

Werkwoord

vervoeging van
chloren

chloorde

  1. enkelvoud verleden tijd van chloren
    • Ik chloorde. 
    • Jij chloorde. 
    • Hij, zij, het chloorde.