chirurgisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • chi·rur·gisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen chirurgisch chirurgischer
verbogen chirurgische chirurgischere
partitief chirurgisch chirurgischers -

Bijvoeglijk naamwoord

chirurgisch

  1. (medisch) betrekking hebben op operatief
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.