chinchilla

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • chin·chil·la
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘knaagdier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1840 [1] [2]
1 enkelvoud meervoud
naamwoord chinchilla chinchilla's
verkleinwoord - -
2 enkelvoud meervoud
naamwoord chinchilla
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

chinchilla v / m [3]

  1. (zoogdieren) Chinchilla lanigera op Wikispecies Zuid-Amerikaans knaagdier uit het geslacht der chinchilla's, dat veel gefokt wordt om zijn pels.
  2. bont van de chinchilla
Vertalingen
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen
partitief chinchillas

Bijvoeglijk naamwoord

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijvoeglijk naamwoord
chinchilla [4]

  1. van chinchilla

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
77 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen