chill

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit Engels chill, via de jongerentaal.
  • Eind jaren 1980 en in de jaren 1990 in het bijzonder gebruikt voor uitrusten na het dansen op dancemuziek, in 2000 ook algemener van aard. [1] [2]
Woordafbreking
  • chill
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen chill chiller chillst
verbogen chille chillere chillste
partitief chills chillers -

Bijvoeglijk naamwoord

chill

  1. (spreektaal) op het gemak, ontspannen
  2. (spreektaal) aangenaam
  3. (spreektaal) oké, goed
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 december 2020 Weblink bron Yves van Kempen ‘Taal mixen is dope, is basis, is spang’, Straattaal van Amsterdamse jongeren in: Ons Erfdeel op Wikipedia, Jaargang 43 (2000), Stichting Ons Erfdeel, Rekkem / Raamsdonkveer, p. 334 op dbnl.org op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 december 2020 Weblink bron René Appel en Rob Schooren ‘Hé sma, warr gha jai?’, Straattaal anno 2004 in: Onze Taal op Wikipedia, Jaargang 73 (2004), Genootschap Onze Taal, Den Haag, p. 149 op dbnl.org op Wikipedia


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
vervoeging
onbepaalde wijs to  chill 
he/she/it  chills 
verleden tijd  chilled 
voltooid
deelwoord
 chilled 
onvoltooid
deelwoord
 chilling 
gebiedende wijs  chill 

Werkwoord

chill

  1. overgankelijk koelen, afkoelen
  2. ergatief (figuurlijk) zich ontspannen
  3. overgankelijk (figuurlijk) afkoelen, ontmoedigen
  4. overgankelijk (figuurlijk) (spreektaal) bijeenkomen (voor ontspannen vermaak)
  5. overgankelijk (figuurlijk) (spreektaal) (eufemisme) wiet roken
enkelvoud meervoud
chill chills

Zelfstandig naamwoord

chill

  1. kilte, koelte
  2. (figuurlijk) afstandelijkheid, gebrek aan vriendelijkheid, koelte
  3. (figuurlijk) plotselinge rilling
  4. (figuurlijk) een gevoel voor wat de trend of in de mode is

Bijvoeglijk naamwoord

chill

  1. kil, koel
  2. (figuurlijk) kil, afstandelijk, koel
  3. (figuurlijk) ontspannen
  4. (figuurlijk) los in de omgang, niet onnodig gefixeerd op school- of huisregels
  5. (figuurlijk) (informeel) in de mode, “cool”
  6. (figuurlijk) (informeel) oké, goed
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Netflix and chill
(eufemisme) seks bij iemand thuis (oorspronkelijk: een uitnodiging voor een rustig avondje televisiekijken op Netflix)