chichi

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • chi·chi
Woordherkomst en -opbouw
[A] enkelvoud meervoud
naamwoord chichi -
verkleinwoord - -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

Zelfstandig naamwoord

[A] chichi m

  1. (informeel) gekunstelde deftigheid
     Wie stak er nu de grens over om te gaan pikken in Rijsel? Als ge daar gingt winkelen, wist ge toch al genoeg? Veel chichi, akkoord, gelijk overal in Frankrijk. Maar ze vroegen drie keer te veel voor een waterige koffie - een plastieken filter, als 't God blieft - hun wafels waren niet om te fretten.[2]
     Het is hier mooi met prachtige kastelen en prima terroirs. De mentaliteit is joviaal en solidair, terwijl het sociale leven in Saint-Emilion zeer hiërarchisch is, haast volgens het klassering-systeem. De ergste chichi is natuurlijk nog altijd in Médoc te vinden.[3]
Synoniemen
stellend
onverbogen chichi
verbogen -

Bijvoeglijk naamwoord

[A] chichi

  1. overdreven deftig of luxe
     Zwervende hanen en sputterende golfkarretjes maken deel uit van de charme in Dunmore Town, een chichi Harbour Island-dorp waar Wall Streeters, supermodellen en kitesurfers terechtkomen voor het glinsterende roze zandstrand.[4]
     Als je Megève vermeldt, zullen de meeste skiërs het meteen afwimpelen als een chichi skioord waar je niet bijzonder goed kunt skiën.[5]
Synoniemen
[B] enkelvoud meervoud
naamwoord chichi chichi's
verkleinwoord

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

Zelfstandig naamwoord

[B] chichi v

  1. (kunst) gestileerd plaatje of beeldje van een zwarte vrouw met weelderige rondingen als zinnebeeld voor Curaçao
     Nabij de Windstraat in de bekende wijk Punda vind je een chichi, ofwel een dikke dame. Deze zie je overal terug op het eiland en representeert de levendige, oudste zus in het gezin. Familie is erg belangrijk voor de Antillianen![6]

Gangbaarheid

  • frequentie in teksten in het Nederlands uit België, op een 7-puntsschaal: [7]
        3
  • frequentie in teksten uit België, vergeleken met die in Nederland, op een 7-puntsschaal: [7]
        3

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 25 september 2022 Weblink bron Gearchiveerde versie Gabriella Hoop “Je eigen one-of-a-kind Chichi souvenir van Serena’s Art Factory” (18 december 2016) op meetcuracao.com
  2. Tom Lanoye op Wikipedia Zwarte tranen in: Ludo Permentier & Rik Schutz Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, chichi
  3. Bronlink geraadpleegd op 25 september 2022 Weblink bron Gearchiveerde versie “Na de machowijn” (14 september 2010) op knack.be
  4. Bronlink geraadpleegd op 25 september 2022 Weblink bron Gearchiveerde versie “Top 10 Bahama's ervaringen” op topworldtraveling.com
  5. Bronlink geraadpleegd op 25 september 2022 Weblink bron Herbert Ypma “Hip hotels” (2002), Lannoo Uitgeverij, Tielt, ISBN 9789020949438, p. 149 kol. 1
  6. Bronlink geraadpleegd op 25 september 2022 Weblink bron Gearchiveerde versie Laura “Street art op Curaçao: hier moet je zijn!” (29 november 2019) op vakantiediscounter.nl
  7. 7,0 7,1 Ludo Permentier & Rik Schutz “Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen” (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, chichi


Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

chichi m

  1. (spreektaal) drukte, toestanden
    «Arrète de faire des chichis
    Maak niet zo'n toestand! [1]
  2. (informeel) kapsones, gekunstelde deftigheid

Verwijzingen


Centraal-Huasteeks Nahuatl

Zelfstandig naamwoord

chichi

  1. (roofdieren) hond


Durango-Nahuatl

Zelfstandig naamwoord

chichi

  1. (roofdieren) hond


klassiek Nahuatl

Zelfstandig naamwoord

chichi

  1. (roofdieren) hond