Naar inhoud springen

chicane

Uit WikiWoordenboek
  • chi·ca·ne
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘haarkloverij’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1698 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord chicane chicanes
verkleinwoord - -

dechicanev/m

  1. haarkloverij, vitterige opmerking (vaak berustend op formaliteiten)
  2. (verkeer) zeer scherpe bocht ter vertraging van het verkeer (autosport)
64 %van de Nederlanders;
69 %van de Vlamingen.[3]



une chicane [2]

chicane v

  1. haarkloverij; chicane [1]
  2. (verkeer) verkeersvertragende constructie op de openbare weg van obstakels geplaatst in een zigzagpatroon
  3. (verkeer) chicane [2] (autosport)
vervoeging van
chicaner

chicane

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van chicaner
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van chicaner
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van chicaner