cheval

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Frans

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  cheval     le cheval     chevaux     les chevaux  

Zelfstandig naamwoord

cheval m

  1. (dierkunde) paard
    «Les chevaux galopent dans la plaine.»
    De paarden galopperen over de vlakte.
Uitdrukkingen en gezegden
  • cheval de bataille
    • stokpaardje
  • chevaux de bois
    • paardenmolen
  • cheval de retour
    • recidivist (herhaaldelijke misdadiger)
  • cheval qui boit dans son blanc
    • paard met een witte neus en de rest van het lijf in een andere kleur
  • faire du cheval
    • paardrijden
  • monter à cheval
    • te paard stijgen
  • travailler comme un cheval
    • werken als een paard (hard werken)
Spreekwoorden
  • il n'est si bon cheval qui ne bronche
    • het beste paard struikelt wel eens (iedereen maakt fouten)
  • l'œil du maître engraisse le cheval
    • het oog van de meester maakt het paard vet (als de baas erbij is, worden de zaken beter verzorgd)


Oudfrans

Zelfstandig naamwoord

cheval m

  1. (dierkunde) paard