chemisier
Uiterlijk
- che·mi·sier
- afgeleid van het Franse 'chemisier'[1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | chemisier | chemisiers |
| verkleinwoord | - | - |
de chemisier m
- Het woord chemisier staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "chemisier" herkend door:
| 36 % | van de Nederlanders; |
| 62 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 36 %
- Prevalentie Vlaanderen 62 %