check-in
Uiterlijk
- check-·in
- uit het Engels
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | check-in | check-ins |
| verkleinwoord |
- de keer dat men zich als gast aanmeldt in een hotel
- de keer dat men zich als passagier aanmeldt voor een vliegreis
- Het woord check-in staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- 1 2 3 “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024582280