chapiteau
Uiterlijk
- van Latijn capitellum, verkleinwoord van caput "hoofd" [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| chapiteau | le chapiteau | chapiteaux | les chapiteaux |
chapiteau m
- (bouwkunde) kapiteel; bovenstuk van een zuil
- circustent
- ↑ chapiteau (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.