Naar inhoud springen

chape

Uit WikiWoordenboek
  • cha·pe
enkelvoud meervoud
naamwoord chape chapes
verkleinwoord chapeje chapejes

dechapev

  1. (Belgisch Nederlands) (bouwkunde) zandcementvloer
19 %van de Nederlanders;
75 %van de Vlamingen.[2]
  • chape
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  chape     la chape     chapes     les chapes  

chape v

  1. (kleding) mouwloze, lange mantel, cape
  2. (bouwkunde) zandcementvloer
  3. (heraldiek) (figuurlijk) een rechthoekig vlak bestaande uit een bovendriehoek en een benedendriehoek
  4. (techniek) de bekleding van een katrol
  5. (leerbewerking) uiteinde van de riemgesp
  6. (verpakking e.d.) metalen sluithuls
  7. buitenste schil (of onderdeel) van een autoband, mal (e.d.)