chape

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cha·pe
enkelvoud meervoud
naamwoord chape chapes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

chape v/m

  1. (Belgisch Nederlands) zandcementvloer
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

19 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
Woordafbreking
  • chape
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  chape     la chape     chapes     les chapes  

Zelfstandig naamwoord

chape v

  1. (kleding) mouwloze, lange mantel, cape
  2. (bouwkunde) zandcementvloer
  3. (heraldiek) (figuurlijk) een rechthoekig vlak bestaande uit een bovendriehoek en een benedendriehoek
  4. (techniek) de bekleding van een katrol
  5. (leerbewerking) uiteinde van de riemgesp
  6. (verpakking e.d.) metalen sluithuls
  7. buitenste schil (of onderdeel) van een autoband, mal (e.d.)

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 21 oktober 2020 Weblink bron “chape : Etymologie de CHAPE” op www.cnrtl.fr