chanteur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • chan·teur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord chanteur chanteurs
verkleinwoord chanteurtje chanteurtjes

Zelfstandig naamwoord

chanteur m

  1. iemand die chantage pleegt [2]
  2. (muziek) (beroep) zanger, chansonnier [3]
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  chanteur     le chanteur     chanteurs     les chanteurs  

Zelfstandig naamwoord

chanteur m

  1. zanger
Overerving en ontlening