chant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • chant
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord chant chants
verkleinwoord chantje chantjes

Zelfstandig naamwoord

chant

  1. het ritmisch spreken of zingen van woorden of geluiden

Werkwoord

vervoeging van
chanten

chant

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van chanten
  2. gebiedende wijs van chanten

Gangbaarheid

34 % van de Nederlanders;
27 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be