chant

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • chant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord chant chants
verkleinwoord chantje chantjes

Zelfstandig naamwoord

chant

  1. (muziek) het ritmisch spreken of zingen van woorden of geluiden
     Niet alleen moet een chant op zichzelf harmonisch en melodisch verantwoord zijn, maar ook moet het zodanig zijn dat het de herhaling tijdens de psalmzang kan verduren.[1]

Werkwoord

vervoeging van
chanten

chant

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van chanten
  2. gebiedende wijs van chanten

Gangbaarheid

34 % van de Nederlanders;
27 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 25 april 2023 “Anglican Chant” (27 februari 2005), koenraadouwens.com
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
chant chants

Zelfstandig naamwoord

chant

  1. (muziek) chant, lied
  2. (muziek), (religie) psalmodie
  3. gescandeerde kreet
vervoeging
onbepaalde wijs to  chant 
he/she/it  chants 
verleden tijd  chanted 
voltooid
deelwoord
 chanted 
onvoltooid
deelwoord
 chanting 
gebiedende wijs  chant 

Werkwoord

chant

  1. zingen
  2. roepen
  3. (informeel), (handel) versjacheren


Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • chant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  chant     le chant     chants     les chants  

Zelfstandig naamwoord

chant m

  1. (muziek), chant, lied
  2. (muziek) gezang
  3. (letterkunde) zang [3], onderdeel van een dichtstuk