champignon
Uiterlijk

- Geluid: champignon (hulp, bestand)
- IPA: / ˌʃɑmpiˈjɔn / (3 lettergrepen)
- cham·pig·non
- van Frans champignon "paddenstoel", in de betekenis van ‘paddenstoel’ aangetroffen vanaf 1704 [1] [2] [3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | champignon | champignons |
| verkleinwoord | champignonnetje | champignonnetjes |
de champignon m
- (steeltjeszwammen), (voeding) bepaald soort eetbare en speciaal gekweekte witte paddenstoel, Agaricus bisporus

- (mycologie) benaming voor paddenstoelen uit het geslacht Agaricus

- [1] kampernoelje, kampernoelie
- bladhoopchampignon, gewone anijschampignon, gewone weidechampignon, hazelhoenchampignon, karbolchampignon, kleinsporige weidechampignon, kraagchampignon, panterchampignon, parelhoenchampignon, reuzenchampignon, schubbige boschampignon, spoelvoetchampignon, steppechampignon, straatchampignon, toverchampignon, zeeduinchampignon
- blanke champignonparasol, verkleurende champignonparasol
- champignonanker, champignonbed, champignonbedrijf, champignonbreedvoet, champignonbroed, champignonkweker, champignonkwekerij, champignonmengsel, champignonmest, champignonmug, champignonparasol, champignonroomsaus, champignonsaus, champignonsoep, champignonteelt, champignonteler, champignonvlieg, champignonvoet, zwarte champignonbreedvoet
1. bepaald soort eetbare en speciaal gekweekte witte paddenstoel, Agaricus bisporus
- Het woord champignon staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "champignon" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- [1] champignon in het Nederlands Soortenregister N
- [1] champignon op Wikidata

- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ champignon op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "champignon" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- Geluid: champignon (hulp, bestand)
- IPA: /ʃɑ̃.pi.ɲɔ̃/
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| champignon | le champignon | champignons | les champignons |
champignon m
- (mycologie) paddenstoel
- (spreektaal) gaspedaal
- «J'ai écrasé le champignon.»
- Ik gaf plankgas, ik hem hem op zijn staart getrapt (letterlijk: de champignon verpletterd). [1]
- «J'ai écrasé le champignon.»
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Steeltjeszwammen in het Nederlands
- Schimmels in het Nederlands
- Voeding in het Nederlands
- Mycologie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 97 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 10
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Mycologie in het Frans
- Spreektaal in het Frans