Naar inhoud springen

champignon

Uit WikiWoordenboek
Champignons.
  • cham·pig·non
enkelvoud meervoud
naamwoord champignon champignons
verkleinwoord champignonnetje champignonnetjes

dechampignonm

  1. (steeltjeszwammen), (voeding) bepaald soort eetbare en speciaal gekweekte witte paddenstoel, Agaricus bisporus op Wikispecies
  2. (mycologie) benaming voor paddenstoelen uit het geslacht Agaricus op Wikispecies
99 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[4]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  champignon     le champignon     champignons     les champignons  

champignon m

  1. (mycologie) paddenstoel
  2. (spreektaal) gaspedaal
    «J'ai écrasé le champignon
    Ik gaf plankgas, ik hem hem op zijn staart getrapt (letterlijk: de champignon verpletterd). [1]