chambreerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cham·breer·de

Werkwoord

vervoeging van
chambreren

chambreerde

  1. enkelvoud verleden tijd van chambreren
    • Ik chambreerde. 
    • Jij chambreerde. 
    • Hij, zij, het chambreerde.