Naar inhoud springen

centuple

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  centuple     le centuple     centuples     les centuples  

centuple m

  1.  honderdvoud zn 
  enkelvoud meervoud
  mannelijk  /
  vrouwelijk  
centuple centuples

centuple

  1. honderdvoudig;  honderdvoud bn ; honderd malen groter
vervoeging van
centupler

centuple

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van centupler
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van centupler
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van centupler