centriste
Uiterlijk
- cen·tris·te
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | centriste | centristes |
| verkleinwoord | centristetje | centristetjes |
de centriste v
- (maatschappij) vrouwelijke centrist zn
- vrouwelijke vorm van centrist
- Het woord 'centriste' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| centriste | le/la centriste | centristes | les centristes |
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk / vrouwelijk |
centriste | centristes |
centriste
- ↑ centriste (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Achtervoegsel -e in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Maatschappij in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 9
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Achtervoegsel -iste in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Politiek in het Frans
- Bijvoeglijk naamwoord in het Frans