centripetaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. naar het midden strevend of naar binnen gericht
straalgewelf Grote Kerk Breda
2. naar het middelpunt van een draaiende beweging toe (kracht)
7. met de nadruk op het midden van het doek
Bloeiende appelboom, P. Mondriaan, 1912
Uitspraak
Woordafbreking
  • cen·tri·pe·taal
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen centripetaal centripetaler centripetaalst
verbogen centripetale centripetalere centripetaalste
partitief centripetaals centripetalers -

Bijvoeglijk naamwoord

centripetaal

  1. naar het midden strevend of naar binnen gericht
    • Bij al deze voorbeelden vormen de ribben van het straalgewelf in de koorsluiting een centripetaal lijnenspel waardoor deze belangrijke sluitsteen als vanzelf in het oog springt. [4]
  2. (natuurkunde) naar het middelpunt van een draaiende beweging toe
    • Een balletje dat aan een touwtje wordt rondgeslingerd ondervindt van het touwtje een centripetale kracht. 
  3. (medisch) (epidemiologie) naar de oorspronkelijke bron van de besmetting
    • Vooral in streken waar de strijd met de tuberculose nog niet is aangebonden, kan een centripetaal' onderzoek ons in korten tijd inlichten, hoe het in die streek met de tuberculose staat. [5]
  4. (psychologie) uitgaand van het op de eigen persoon gerichte oordeel van anderen
    • Centrifugaal narcisme gaat uit van de zelfpool, centripetaal narcisme vertrekt vanuit het beeld van de ander. [6]
  5. (sociologie) gericht op versterking van de samenhang in eigen groep of samenleving
    • Het lijkt aannemelijk, dat activiteiten als alleen uit vissen gaan, bezoeken van sportevenementen door de man alleen etc. als centrifugaal kunnen worden gekwalificeerd, terwijl gemeenschappelijk kamperen en het maken van gemeenschappelijke trektochten als centripetaal kunnen worden getypeerd. [7]
  6. (politiek) gericht op door velen gedeelde, gematigde opvattingen
    • En daardoor treden ook toenemende spanningen bij socialisten en liberalen op tussen hen die ter wille van de nog altijd bestaande noodzaak tot coalitievorming meer ‘centripetaal’ gericht willen blijven, en nieuwe ‘centrifugale’ krachten die van een scherpere koers meer winst en duidelijkheid verwachten. [8]
  7. (letterkunde) verwijzend naar eenzelfde kern
    • De persoonlijke, christelijke boodschap is in Moens' gedichten inderdaad de voornaamste bindende kracht waardoor de beelden centripetaal worden aangetrokken. [9]
  8. (schilderkunst) (compositie) met de nadruk op het midden van het doek
    • Deze asymmetrische wending van het harmoniebegrip verklaart waarom Mondriaan de centripetale, veelal binnen ovalen geordende stijl in de loop van 1917 plotseling liet vallen ter wille van excentrisch geordende kleurblokjes en waarom hij nog weer een paar jaar later (1920) brak met de centripetaal geordende composities en koos voor asymmetrische, ‘perifere’ doeken waarop hij het centrum vaak op opvallende manier openliet. [10]
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

38 % van de Nederlanders;
56 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "centripetaal" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. centripetaal op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Timmermans, M. "De bouwplastiek binnen de kerk" in: Wezel, G.W.C. van De Onze-Lieve-Vrouwekerk en de grafkapel voor Oranje-Nassau te Breda. (2003) Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist / Waanders Uitgevers, Zwolle; ISBN 9040087466; p. 49; geraadpleegd 2016-12-18
  5. Muller, J. De beteekenis van het schoolgeneeskundig onderzoek voor de epidemiologie der tuberculose (1939); p. 162; geraadpleegd 2016-12-18
  6. Ettema, J.H.M., & H.J. Zondag De Nederlandse Narcisme Schaal (NNS). (2002) op website: Ettema.org; p. 4; geraadpleegd 2016-12-18
  7. Boekestijn, C. "Het gezin als kleine groep ‎in: Mens en Maatschappij jrg. 38 nr. 4 (1963); p. 284; geraadpleegd 2016-12-18
  8. Daalder, H. Van oude en nieuwe regenten. Politiek in Nederland. (1995) Bert Bakker, Amsterdam; ISBN 9035115201; p. 55; geraadpleegd 2016-12-18
  9. Hadermann, P. "De modernistische doorbraak. De Hoofdfiguren" in: Weisgerber, J. & M. Rutten (eds.) Van Arm Vlaanderen tot De voorstad groeit. De opbloei van de Vlaamse literatuur van Teirlinck-Stijns tot L.P. Boon (1888-1946). (1988) Standaard Uitgeverij, Antwerpen; ISBN 9002135769; p. 337; geraadpleegd 2016-12-18
  10. Bank, J. & M. van Buuren 1900. Hoogtij van burgerlijke cultuur. (2000) Sdu Uitgevers, Den Haag; ISBN 9012086221; p. 226; geraadpleegd 2016-12-18