centriool

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cen·tri·ool
enkelvoud meervoud
naamwoord centriool centriolen
verkleinwoord centriooltje centriooltjes

Zelfstandig naamwoord

centriool o

  1. (biologie) een eiwitstructuur die het hart vormt van het microtubulenetwerk
    • Het centriool heeft vele zijarmen van tubuline die een belangrijk deel vormen van het cytoskelet. 
Vertalingen

Gangbaarheid

9 % van de Nederlanders;
37 % van de Vlamingen.

Meer informatie