celliste

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cel·lis·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van cellist met het achtervoegsel -e
enkelvoud meervoud
naamwoord celliste cellistes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

celliste v

  1. (muziek) (beroep) vrouwelijke vorm van cellist
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie