catharsis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·thar·sis
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘reiniging’ voor het eerst aangetroffen in 1832 [1]
  • uit het Latijn [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord catharsis catharsissen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

catharsis v [3]

  1. het schoonmaken van iets, iets opruimen
  2. plotseling en op heftige manier vinden van een oplossing voor (psychische) problemen
    • De beste grap over de Franse verkiezingen die de ronde doet is een foto van een strenge Sigmund Freud die zegt: „In Frankrijk een zeer oedipale tweede ronde, zij die haar vader vermoordde tegen hem die met zijn moeder trouwde.” Het tv-duel woensdagavond bracht niet de catharsis van een Griekse tragedie, maar theatraal was het zeker, de woordenstrijd tussen finalisten Marine Le Pen (die papa Jean-Marie royeerde) en Emmanuel Macron (die zijn 24 jaar oudere toneeljuf huwde). Een onthutsende schreeuwpartij waarbij de debatleiding alle regie verloor. Commentatoren waren verbijsterd over de agressie: is dit hoe pretendenten voor het hoogste staatsambt de degens kruisen?[4]  
    • Het klinkt bijna pervers, gezien de autobiografische materie, maar als publiek wil je óók die andere stadia van het rouwproces meemaken, en meevoelen: de woede, het verdriet. Loutering en catharsis volgen daarna. Die boog wordt ons nu ontnomen. Eerst is er afstand, dan acceptatie. Het eerste duurt te lang, het laatste komt te snel. [5] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen