cateraar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·te·raar
Woordherkomst en -opbouw

Naamwoord van handeling van cateren met het achtervoegsel -aar

enkelvoud meervoud
naamwoord cateraar cateraars
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

cateraar m

  1. iemand die op professionele wijze eten en drinken verzorgt op een bijeenkomst
    •  

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.