casuïstiek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·su·is·tiek
enkelvoud meervoud
naamwoord casuïstiek -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

casuïstiek v

  1. (wetenschap) de leer van wetenschappelijke casussen
  2. het toepassen van algemeen geldende regels op concrete gevallen
    • Een goed geïllustreerde casuïstiek. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be