casser

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • [A] Uit Volkslatijn quassare “in sterke beweging brengen”, later ook “slaan”, “breken”. [1]
  • [B] Ontleend aan juridisch Latijn cassare “nietig verklaren”, cassus “nietig, leeg”.

Werkwoord

[A] casser overgankelijk

  1. breken, kapotmaken
  2. (figuurlijk) geestelijk kapotmaken, breken
  3. (figuurlijk) (spreektaal) verlagen (van prijzen e.d.)
  4. inbreken
  5. wederkerend (figuurlijk) (spreektaal) ervandoor gaan, 'm smeren
    «Merde, les flics! Faut pas traîner, on se casse
    Verdomme, de politie! Kom, wegwezen! [2]

[B] casser overgankelijk

  1. (juridisch) herroepen, nietig veklaren

Verwijzingen