caserne
Uiterlijk
- geattesteerd in de 16de eeuw met betekenis "schuilplaats op de omwalling" en in de 17de eeuw met de huidige betekenis; leenwoord van Oudprovençaals cazerna, quazerna "groep van vier personen", wat via vulgair Latijn *quaderna van Latijn quaterna komt, onzijdig meervoud van quaterni "telkens vier"; cognaat met Frans cahier [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| caserne | la caserne | casernes | les casernes |
caserne v
- ↑ caserne (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.