cartotheek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[2] in dit filmpje zijn diverse cartotheken zichtbaar
Uitspraak
Woordafbreking
  • car·to·theek
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kaartsysteem’ voor het eerst aangetroffen in 1932 [1]
  • Afgeleid van het Franse carte met het achtervoegsel -theek [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord cartotheek cartotheken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

cartotheek v [3]

  1. verzameling landkaarten
    • Diverse van zijn verzamelgebieden had Anton van zijn vader en grootvader overgenomen. Anton Dreesmann sr. (1854-1934), de uit Duitsland geëmigreerde grondlegger van Vroom & Dreesmann, legde collecties aan van munten, postzegels, zilverwerk, klokken en schilderijen. Zijn oudste zoon Willem Dreesmann (1885-1954) bracht een cartotheek van de stad Amsterdam bijeen die circa 6.000 kaarten bevatte, aangevuld met prenten en schilderijen van Amsterdam. Zijn Vondelboekerij van 2500 titels was in de oorlog in vlammen opgegaan, maar er bleven genoeg kunstvoorwerpen over om in 1950 een museum in zijn voormalige woonhuis in de Johannes Vermeerstraat, aan het Museumplein, te openen.[4] 
  2. kaartsysteem
    • Ik zeg dat ik ‘De laatste kamer’ een mooi verhaal vind. Even lichten zijn ogen op. Gevleid. Zelf heeft hij een andere favoriet, ‘Sokuleren’ heet het. „Het is maar heel kort.” Ik beken dat ik het nog niet gelezen heb. „Doet u dat dan nu maar even.” Ik haal de rommelige drukproef uit mijn tas en lees terwijl hij nauwlettend toekijkt. „Als u klaar bent, drukt u maar op de alarmbel, dan ben ik er weer voor u.” Het gaat over een man van veertig die bij zijn moeder woont. Als het koud is, slaapt hij bij haar in bed en warmt zich aan haar billen. „Ze zijn iets te close. Maar hij voelt zich veilig met haar in dat kamertje.” Als zijn moeder overlijdt, eet hij elke dag in een naburig cafetaria. Hij werkt in de cartotheek van een verzekeringsmaatschappij. Op een dag roept de afdelingschef hem bij zich om te zeggen dat zijn werk ook gedaan kan worden door een achttienjarig meisje. Hem wordt gevraagd of hij ook bekend is met sokuleren. De man antwoordt bevestigend en wordt per direct overgeplaatst naar een andere afdeling. Nu lacht Frans Pointl hardop. „Sokuleren. Hij heeft geen idee wat het betekent.” Het betekent ook niks. Zo’n goed verhaal, zegt hij, dat het bijna lijkt alsof hij het niet zelf heeft geschreven. „Ineens was het er. Dat is nou inspiratie.”[5]  
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen